De herkomst van thee

Voor zover bekend drinken mensen al bijna 5000 jaar thee, maar wie ontdekte deze heerlijke gezondheidsbevorderende drank? Meestal wordt de Chinese keizer Shen-nung, ook bekend als de 'Goddelijke genezer' aangemerkt als de 'ontdekker' aangezien de eerste schriftelijke melding van thee te vinden is in Shen-nung's medische boeken Pen Ts'ao, geschreven in 2737 voor Christus. Hierin wijst hij erop dat deze opmerkelijke drank de dorst lest, de behoefte aan slaap vermindert en het hart 'verheugt'.
Volgens een andere legende, werdt thee ontdekt door de Dharma, de vader van het Zen Boeddhisme 520 na Christus. Dharma maakte een tocht van India naar China waar hij Zen-meditatie demonstreerde door negen jaar aaneen voor een muur te zitten. Ongewild dommelde hij in en toen hij wakker werd was hij zo woedend op zichzelf dat hij zwoer nooit meer te zullen slapen. Om deze belofte gestand te kunnen doen sneed hij zijn oogleden af! De bloedige oogleden vielen op de grond en veranderde in de zaden van een thee plant waaruit een drank kan worden gemaakt die de slaap verdrijft, de theeplant.
Het meest waarschijnlijke verhaal is dat de oorspronkelijke bewoners van Zuidoost-Azië waar de wilde theeplant groeit, het gebruik ervan ontdekte. Het eerste historische verslag over thee werd geschreven in China in 350 AD door Kuo P'o die een Chinees woordenboek aan het bijwerken was. Kuo P'o voegde thee toe aan de tekst en beschreef het als "een drank, gemaakt van gekookte bladeren". Destijds was thee bekend als geneesmiddel tegen gestoorde spijsvertering en zenuwaandoeningen, later werd thee ook als externe applicatie toegepast tegen reumatische pijnen maar nog niet als een alledaagse drank.
Toen de vraag naar thee begon te groeien kon hieraan niet meer worden voldaan door de pluk van de wilde struiken uit de directe omgeving dus begon men thee te cultiveren in de heuvels van Szechwan, Midden-China. Dit verspreide zich over heel China en Japan, met name door toedoen van boeddhistische priesters. Omstreeks de 5e eeuw na Christus was het drinken en genieten van thee gemeen goed geworden in heel China en veel boeren reserveerden een gedeelte van hun grond voor de teelt van thee voor particulier gebruik. Theedrinken werd een deel van het dagelijkse leven, zelfs voor de gewone mensen.
Via China kwam Japan met thee in aanraking, de eerste vermelding van thee in de literatuur dateert uit 1559 toen het door de Portugezen in Japan werd ontdekt. Rond 1610 werd een eerste kleine hoeveelheid thee naar Nederland gebracht en in eerste instantie slechts als curiosum bekeken, later in de 17e eeuw begon de VOC grotere hoeveelheden thee naar Nederland te verschepen. Die eerste thee kwam uit Batavia waar de thee vanuit China werd geïmporteerd. In de 18e eeuw is theedrinken in Nederland gemeengoed geworden en begon de VOC de thee direct uit Canton in China te halen. Op Java en Sumatra werden door Nederlanders theeplantages aangelegd, de Engelsen deden hetzelfde in India en op Sri Lanka (toen nog Ceylon). Thee was tot de 18e eeuw een zeer exclusieve en dure drank, het werd alleen gedronken door rijke mensen die daarvoor vaak speciale theehuizen of theekoepels bouwden soms zelfs in een speciale theetuin.

Het woord thee is afgeleid van 'tê' uit het Chinese Fuxian dialect en is door de Nederlanders in West-Europa verspreid (Frans: 'thé', Engels: 'tea', Duits: 'Tee', Italiaans: 'tè'). In het Mandarijn is thee 'cha' evenals in het Japans, Russisch en Portugees.
| Volgende > |
|---|




