Japanse Theeceremonie

De Japanse theeceremonie is een deel van alledaags leven in traditioneel ingestelde gezinnen in Japan waarbij het drinken van thee is verheven tot een kunstvorm.
De theeceremonies bestaan uit een serie van vooraf bepaalde handelingen die na elkaar worden verricht om zo optimaal te kunnen genieten van de thee en het in stand houden van verscheidene tradities die Japan rijk is. De ceremonies zijn zo geconcentreerd en serieus van aard dat het deel is geworden van het belijden van het boeddhisme, met name de Zen-stroming binnen deze godsdienst.
Thee was in China al lange tijd bekend toen het omstreeks de 7e eeuw als genotsartikel enorm in populariteit toenam, dit leidde ertoe dat thee werd geëxporteerd naar andere landen, waaronder Japan.
Rondreizende boeddhistische monniken namen tijdens hun pelgrimstochten thee uit China mee en zodoende kwam thee in Japan terecht. Het was pas rond de 13e eeuw dat er door zenmonniken strikte regels werden opgesteld voor het drinken van thee als onderdeel van hun geloofsovertuiging. De boeddhistische monnik Jukô (1422-1502) was de eerste die een aantal regels voor de theeceremonie opstelde maar het was Sen no Rikyu (1522-1591) die de regels en de ceremonie tot een ware kunst verhief. Andere bekende theemeesters waren Murata Mokichi Shukô (1423-1502) en Takeno Jôô (1502-1555). Zij droegen bij aan de wijze waarop de theeceremonie tegenwoordig nog wordt uitgevoerd, meestal in een speciaal theehuisje van de gastheer.
Het zetten van de thee tijdens de theeceremonie
De thee die in de Japanse theeceremonie wordt gedronken is altijd groene thee in traditionele poedervorm. Hiervoor worden verse, nog groene theebladeren gedroogd, geroosterd en tenslotte vermalen en bewaard in een houten lakdoos, Natsume genoemd. Met een kleine houder van keramiek aan een houten steel, de Chashaku, wordt het poeder afgemeten, waarna de houder wordt doorgegeven naar elke deelnemer van de ceremonie. Elke deelnemer heeft een eigen spatel van bamboe waarmee men een portie thee in zijn of haar theekommetje doet. Vervolgens wordt kokend water dat in een metalen ketel die in het midden van de mat wordt opgediend over de thee in de kommetjes geschonken met een speciale lepel, de Hishaku.
Tenslotte gebruikt men een kwastje van bamboe, dat men een Chasen noemt, om de thee op te kloppen waardoor een schuimige textuur ontstaat. Mede door dit opschuimen, inbrengen van zuurstof, krijgt de thee een kenmerkende bittere smaak die bij deze methode van thee zetten ontstaat.
| < Vorige | Volgende > |
|---|




